De naam Skíðblaðnir is Oudnoords en betekent "uit dunne houtstukjes samengezet" (een gemoderniseerde vorm van de naam is Skidbladnir). De naam komt uit de Noordse Mythologie. Het is het door dwergen vervaardigde schip van Freyr. Het bood plaats aan alle goden. Zodra de zeilen gehesen waren, had het schip altijd een gunstige wind. Het schip kon worden opgevouwen en was dan zo klein dat het in een broekzak paste.

Wie was Freyr?

Freyr, ook wel Frey, Frø, Froði (Froda in het Oud-Zweeds betekent roes, vruchtbaarheid) en Yngvi-Freyr genoemd, is de Germaanse en Noordse god van de vruchtbaarheid. Hij is de tweelingbroer van de godin Freya. Vanwege zijn positie als god van de vruchtbaarheid is hij een graag geziene figuur. Zowel Freyr als zijn zus Freya waren oogverblindend mooi en onvoorstelbaar machtig. Als de stralende en gulle schenker van regen en zonneschijn en van groei werd Freyr beschouwd als de meest glorieuze onder de goden. Freyr werd wijd en zijd vereerd, maar de kennis over zijn cultus is verloren gegaan. In de Skandinavische wereld wordt Freyr vaak als een baardige man voorgesteld met uitgesproken gedisproportioneerde viriele attributen. Vrede en vruchtbaarheid lijken in de Noordse godsdienst nauw met elkaar verbonden te zijn geweest. Offers waarmee men hoopte vruchtbaarheid en vrede af te smeken werden vaak tegelijkertijd gebracht en het gold als een van de speciale taken van de vruchtbaarheidgoden om vrede onder de mensen te bewaren. In de tempels van Freyr was het dragen van wapens dan ook verboden, en op zijn heilige plaatsen rustte een taboe op onderling bloedvergieten. Freyr nam zo’n belangrijke positie onder de goden in dat zijn standbeeld in de grote tempel van Uppsala naast de beelden van Odin en Thor stond.

Freyr's cultus vertoonde sterke gelijkenis met die van zijn zus, Freya, die regeerde over de seksuele lust en over wie vrij veel bekend is, maar behalve wat vage indrukken van zijn rituelen is over de cultus van Freyr niets bewaard gebleven.

Freyr had twee bijzondere bezittingen. Eén daarvan was dus het schip Skíðblaðnir. Freyrs tweede magische schat was het gouden everzwijn Gullinbursti (“gouden borstels”). Het zwijn kon sneller dan een paard door de lucht en over zee lopen en het kon zelfs de donkerste nacht verlichten. Freyr was verbonden met paarden, die naar de sagen te oordelen ook aan hem werden geofferd. Paarden waren in de tijd van de volksverhuizingen geliefde offerdieren, en hun rol in Freyrs verering stamt mogelijk uit die tijd. Het belang van de paardencultus blijkt uit de beenderen en huiden die in Zweedse cultusplaatsen zijn gevonden. Ook in Vikinggraven zijn zulke vondsten gedaan, vooral in grafschepen.

Freyr's vader is Njord die hem uit een incestueuze relatie met zijn zus Nerthus heeft verwekt samen met zijn zus Freya.

Ooit was hij eens op Odins troon Hlidskjalf gaan zitten vanwaar men uitzicht op alle 9 de werelden heeft, en zijn oog viel toen in Jötunheim op een wonderlijk mooie reuzendochter Gerdr. Om haar te krijgen moest hij aldus Skirnismál aan haar vader zijn zwaard in pand geven, het wonderzwaard dat in staat was vanzelf toe te slaan raakte hij zo voor altijd kwijt. Daarom gebruikte hij een substitutiezwaard uit hertenhoorn waarmee hij wel menige reus kon vellen, maar dat hem niet zou kunnen dienen om aan het einde der tijden de vuurreus Surt af te weren. Later kreeg Freyr een zoon Fjölnir bij de reuzin Gerdr, die volgens de sage de zegenrijke koning van Zweden werd.